Over mij

Ik ben in de jaren ’50 en ’60 van de vorige eeuw opgegroeid in Den Haag. Na de HBS ging ik rechten studeren, al meteen had ik belangstelling voor de relatie tussen recht en de samenleving. Als vrijwilliger bij de Haagse Wetswinkel ontdekte ik al snel dat het recht in de praktijk goed kon werken, mits juridisch advies en juridische bijstand goed bereikbaar zijn. Ik vatte een liefde op voor het sociaal verzekeringsrecht en ging werken bij gespecialiseerde rechtbanken op dat gebied, de raden van beroep. Aan de Erasmusuniversiteit ging ik les geven op dat gebied.

Later, in de jaren ’90, werd ik voorzitter van de Raad van Beroep in Den Haag. We fuseerden met de Haagse Rechtbank, en ik werd lid van het bestuur daarvan. Als bestuurder merkte ik dat juridische oplossingen vaak niet aansloten op het werkelijke probleem dat speelde. Dat inzicht werkte ik verder uit door een mediationopleiding te gaan volgen. Rond de eeuwwisseling stopte ik met het bestuurswerk. Wel bleef ik part time als rechter werken (nu ook op het brede terrein van het bestuursrecht en ook op civielrechtelijk gebied), daarnaast startte ik mijn eigen praktijk als mediator, met als specialisatie conflocten waarbij de overheid betrokken is.

Over die conflicten schreef ik in 2007 het boek: “Met de overheid om tafel”. In 2011 promoveerde ik bij prof. dr. Alex Brenninkmeijer op een proefschrift getiteld: “Tussen partijen is in geschil, de bestuursrechter als geschilbeslechter”. Al die tijd gaf ik ook cursussen en trainingen op het gebied van mediation.

Nadat ik mijn loopbaan bij de rechtbank had beëindigd werd ik ook nog voor drie jaar hoogleraar Mediation aan de Vrije Universiteit (VU) Amsterdam. Daar was het mijn missie om aankomende juristen ervan te doordringen, dat naast juridische oplossingen vaak ook andere oplossingen en oplossingsmethoden mogelijk zijn, en dat een goede adviseur het keuzeproces daartussen begeleidt. 

Ik ben nu in een levensfase waarin ik graag overdraag wat ik in het leven heb geleerd, en mijn levenservaring graag inzet om conflicten tot een goed einde te brengen en om de overheid haar menselijk gezicht te laten zien.